Een boek schrijven; hoe begin je?

book, manipulation, nature-2152349.jpg

Hoe start je met het schrijven van je boek? Ik zie deze vraag vaker voorbijkomen van schrijvers die willen beginnen met het schrijven van een boek en dit nog nooit hebben gedaan. Voor sommige schrijvers is het begin makkelijker dan voor andere, want zij beginnen gewoon ergens en zien wel waar het heen gaat.

Andere schrijvers willen eerst een plan. Of ze hebben zoveel ideeën in hun hoofd dat ze het moeilijk vinden om deze eruit te laten. Want met welk idee begin je? Wat moet je doen met alle andere ideeën die je hebt? En hoe start je dan met het uitschrijven van je idee? Hoe kun je er echt een verhaal van maken? 

Herken jij deze vragen? Dan is deze blog voor jou! 

Heb je tientallen ideeën in gedachten? Schrijf ze allemaal op. Ja, daar ben je even mee bezig, maar het is veel prettiger om ze te noteren, zodat ze niet meer in je hoofd ronddwalen.

Je boekidee opschrijven

Met alleen een idee ben je er nog niet. Wel is het altijd verstandig om dit idee eerst te noteren. Dan is het maar uit je hoofd! Dan kun je het loslaten en erop verder borduren. Dus tip nummer 1:

Schrijf je idee op.

Doe dat zo uitgebreid mogelijk. Schrijf alles op wat je erover wilt vertellen. Volgen er meer ideeën, terwijl je hiermee bezig bent? Schrijf die dan ook op.

Heb je tientallen ideeën in gedachten? Schrijf ze allemaal op. Ja, daar ben je even mee bezig, maar het is veel prettiger om ze te noteren, zodat ze niet meer in je hoofd ronddwalen. Blijkbaar wil je er onbewust iets mee doen en de enige manier om dat te doen, is door tot actie over te gaan en ze naar buiten te laten. Dat kalmeert je systeem en zorgt voor rust.

Nog een voordeel is dat je altijd terug kunt naar dit lijstje met ideeën. Als je met één idee klaar bent en verder wil met een volgende, weet je waar je moet zijn voor inspiratie.

Een idee kiezen

Heb je eenmaal een overzicht van al je ideeën, dan kun je gaan kijken welk idee je wilt gaan uitwerken tot boek. Misschien weet je dat nu al. Als je nog twijfelt, stel jezelf dan de volgende vragen:

  1. Welke idee spreekt het meest aan?
  2. Welk idee spreekt het minst aan?
  3. Door welk idee krijg je automatisch nog meer ideeën?
  4. Welk idee wil je het liefst meteen doorkrassen? Is dit misschien hét idee voor jouw nieuwe schrijfproject, maar zorgt een bepaald angststemmetje ervoor dat je er meteen vanaf wilt?
  5. Van welk idee word je blij?
  6. Met welke ideeën wil je graag meteen aan de slag?

Springen er nu een paar ideeën uit? Kies er dan één en ga daarmee aan de slag. Loop je vast? Kijk dan eens of je verder komt met een van de andere ideeën. En onthoud: het maakt niet uit welk idee je pakt. Elk idee, hoe klein ook, kan een fantastisch boek worden.

De alwetende verteller is vrij afstandelijk, terwijl je door de ik-verteller meer in de beleving van de hond zit.

Alwetende-, personale- of ik-verteller

Oké, je hebt nu een idee. Hoe ga je verder?

Stel dat je het idee hebt om te schrijven over de belevingswereld van je hond. Je hebt bedacht dat hij van huis wegloopt en verdwaalt in een grote stad waar hij allerlei avonturen beleeft.

De volgende vraag die je jezelf kunt stellen, is: vanuit welk perspectief schrijf je?

Kijk je door de ogen van je hond? En schrijf je dan: ‘Hij liep over straat.’ (personale verteller)? Of schrijf je: ‘Ik liep over straat’ (ik-verteller)?

forest, infant, dog-3776124.jpg

Of heb je liever een alwetende verteller, die niet alleen de gevoelens en ervaringen van je hond beschrijft, maar ook van jou als baasje en van sommige personages die de hond onderweg tegenkomt? Dit perspectief geeft meer vrijheid in perspectiefwisselingen, maar zorgt ook voor meer afstand tussen de lezer en de hoofdpersoon.

Weet je het niet? Probeer dan alle vertelvormen uit op één scène van je boek.

De hond sjokte hijgend over straat, denkend aan al het lekkers dat hij onderweg zou kunnen vinden om zijn buikje mee te vullen. Het kwijlspoor dat hij achterliet, verdampte al snel in de hitte van het zonlicht.

Een grote, zwarte vogel die even verderop in een boom zat, stopte met krassen zodra hij de hond in het vizier kreeg. Wat doet die haarbal daar? dacht hij. Die heb ik hier nog nooit gezien.

Misschien raad je het al: dit is de alwetende verteller. Die weet niet alleen wat de hond denkt, maar ook wat de vogel denkt. Daarnaast ziet deze vertelvorm dat het kwijlspoor verdampt en beschrijft zelfs hoe de vogel eruitziet.

Bobbie sjokte hijgend over straat, denkend aan al het lekkers dat hij onderweg zou kunnen vinden om zijn buikje mee te vullen. Met zijn tong likte hij langs zijn lippen en hij voelde iets vochtigs tegen zijn wang spetteren. Wat drinken zou ook niet verkeerd zijn. Zag hij de glinstering van water verderop?

Door een beweging boven hem gleed zijn blik naar de grote, zwarte vogel die daar op een grillige tak zat, zijn ene kraaloog op Bobbie gericht. Hij was gestopt met dat akelige gekras.

Dit is de personale verteller, waarbij ik alleen ben gebleven bij het perspectief van de hond.

Ik sjokte hijgend over straat, denkend aan al het lekkers dat ik onderweg zou kunnen vinden om mijn buikje mee te vullen. Met mijn tong likte ik langs mijn lippen en ik voelde iets vochtigs tegen mijn wang spetteren. Wat drinken zou ook niet verkeerd zijn. Zag ik de glinstering van water verderop?

Door een beweging boven me gleed mijn blik naar de grote, zwarte vogel die daar op een grillige tak zat, zijn ene kraaloog op mij gericht. Hij was gestopt met dat akelige gekras.

Dit is de ik-verteller. 

Waarschijnlijk voel je het verschil al tussen deze drie vertelvormen. De alwetende verteller is vrij afstandelijk, terwijl je door de ik-verteller meer in de beleving van de hond zit.

Probeer het eens uit voor je eigen scènes! Ik ben benieuwd welke voor jou het beste past.

Verleden tijd of tegenwoordige tijd

time, fast moving, balancing act-1528627.jpg

Heb je het vertelperspectief vastgesteld, dan kun je gaan nadenken over de tijdvorm waarin je wilt schrijven: verleden tijd of tegenwoordige tijd. Welke tijdvorm je kiest, hangt veel af van het verhaal dat je schrijft en van wat jijzelf prettig vindt. De mening van lezers over welke tijdvorm het beste is, is verdeeld.

De verleden tijd is minder in het nu dan de tegenwoordige tijd, waardoor de lezer meer afstand kan ervaren. Desondanks is de lezer deze tijdvorm gewend, omdat deze het meest wordt gebruikt in fictie.

Door de tegenwoordige tijd wordt het verhaal direct beleefd door de lezer, wat aan de spanning kan bijdragen. Ook kan de lezer zich meer bij het verhaal betrokken voelen.

Schrijf je een autobiografie, dan is het logisch dat je terugblikt op je leven en het verhaal zich in de verleden tijd afspeelt. Schrijf je een thriller en wil je meer spanning creëren, dan kan de tegenwoordige tijd juist beter werken, omdat de directe beleving de spanning kan vergroten.

Gebruikmakend van het voorbeeld hierboven ziet de verleden tijd er zo uit:

Ik sjokte hijgend over straat, denkend aan al het lekkers dat ik onderweg zou kunnen vinden om mijn buikje mee te vullen. Met mijn tong likte ik langs mijn lippen en ik voelde iets vochtigs tegen mijn wang spetteren. Wat drinken zou ook niet verkeerd zijn. Zag ik de glinstering van water verderop?

De tegenwoordige tijd gaat als volgt:

Ik sjok hijgend over straat, denkend aan al het lekkers dat ik onderweg zal vinden om mijn buikje mee te vullen. Met mijn tong lik ik langs mijn lippen en ik voel iets vochtigs tegen mijn wang spetteren. Wat drinken is ook niet verkeerd. Zie ik nou de glinstering van water verderop?

Een combinatie is ook mogelijk, waarbij je het ene hoofdstuk in de tegenwoordige tijd schrijft (bijvoorbeeld alle gebeurtenissen in het verhaal die zich nu afspelen) en het andere hoofdstuk in de verleden tijd (bijvoorbeeld alle gebeurtenissen die zich vroeger afspeelden).

Probeer ook dit uit. Welke tijdvorm voelt prettig voor jou? Welke past het beste bij het verhaal dat je wilt vertellen? Er is hierin geen goed of fout.

Omstandigheden van je verhaal

Een volgende stap kan zijn het uitwerken van de setting, dat wil zeggen: alle omstandigheden waaronder je verhaal zich afspeelt.

De setting is enorm belangrijk. Eenmaal goed uitgewerkt, zal het je lezer echt het gevoel geven in een ‘andere wereld’ beland te zijn. Ook al speelt die wereld zich af in Nederland, in een plaats die veel lijkt op de woonplaats van de lezer, dan nog zal de lezer meegevoerd kunnen worden in de wereld van jouw personages.

Heb je dit helder voor jezelf, dan kun je deze omstandigheden gemakkelijker in je boek verwerken, omdat de setting ook voor jezelf goed is gaan leven. Houd bij het schrijven van je verhaal rekening met al je zintuigen om deze setting goed tot zijn recht te laten komen.

De setting bevat onder andere de volgende onderdelen:

Locatie 

Waar speelt het verhaal zich grotendeels af? In welke wereld, provincie, gemeente of stad? Of misschien vinden alle gebeurtenissen wel plaats in een woonkamer.

Tijd

In welke tijd speelt het verhaal zich af? In het verleden? Het heden? De toekomst? Wees vooral in het geval van het verleden specifiek als het gaat om de tijdsperiode, zodat je rekening kunt houden met hoe de mensheid destijds leefde (welke spullen hadden ze tot hun beschikking, wat droegen ze, hoe was de cultuur, welke normen en waarden hadden ze, etc.).

Seizoen
Is er in de wereld van jouw boek sprake van seizoenen? Hoe onderscheiden de seizoenen zich van elkaar en hoe laat je dit tot uiting komen in je verhaal?
 
Cultuur
Hoe is het volk waar de personages onderdeel van uitmaken? Wat zijn de gewoonten, gebruiken, normen en waarden? En hoe zijn deze ontstaan?
 
Politiek
Hoe zit de overheid in elkaar? Is er een hiërarchie? En op welke wijze beïnvloedt dit de personages en het conflict dat zij proberen op te lossen?
 
Details & sfeer
Welke andere details heeft de omgeving? Welk gevoel wil je overdragen aan de lezer? Is het een barre winter in het Spanje van 1880? Speelt het zich af in een wereld die alleen uit water bestaat en waar men magische schelpen gebruikt om te kunnen ademen? Hoe meer details jij weet, hoe beter je de sfeer kunt overdragen aan je lezer.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat je personages gaan bepalen welke kant je verhaal op gaat.

Interview met je personages

Hierna kun je aan de slag gaan met het uitwerken van je personages. Het is mijns inziens cruciaal om dat te doen voordat je je boek gaat schrijven, omdat je je personages dan kunt laten reageren zoals ze zouden moeten reageren. 

Uiteindelijk is het de bedoeling dat je personages gaan bepalen welke kant je verhaal op gaat. Ja, echt! Jij kunt natuurlijk van alles hebben bedacht, maar als het niet bij je personage of in een bepaalde situatie past om een vooraf bedachte keuze te maken, zal je verhaal toch echt een andere kant op gaan. Dat is juist zo leuk aan schrijven! De verrassingen die je zelf tegenkomt en het uiteindelijke resultaat, dat zo anders kan zijn dat je had verwacht of bedacht.

Welke personages zijn belangrijk? Welke spelen de hoofdrol in je verhaal en welke hebben meer een ondersteunende rol? Het spreekt voor zich dat je als schrijver de hoofdrolspelers heel goed moet leren kennen, zodat ze in je boek duidelijk naar voren komen. Wat is hun achtergrond? Hoe is hun jeugd geweest? Hoe waren hun ouders? Wat willen ze bereiken? Waar verlangen ze naar? Welk intern proces werkt hen tegen?

Een hulpmiddel voor het leren kennen van je personages is de tool ‘Interview met je personage’, die je gratis kunt downloaden op mijn website.

Deze tool kun je ook gebruiken voor het leren kennen van de ondersteunende personages. Weliswaar zul je die in je boek minder naar voren laten komen, maar het is goed om te beseffen dat deze personages ook een achtergrond hebben. Zo worden ze minder personage en meer persoon, meer echt mens.

Forceer niets, maar ga mee met de flow van je verhaal, volg je hart en je intuïtie en er zal een wonderbaarlijk boek ontstaan dat je met je hoofd nooit had kunnen bedenken.

Volg je intuïtie

Volg deze tips en de basis van je boek zal steeds meer vorm krijgen. 

Hoe nu verder? Je kunt twee dingen doen: het hele verhaal plotten of beginnen met schrijven.

Plotten betekent dat je de structuur van het verhaal volledig uitdenkt, voordat je start met schrijven. Je kunt uitschrijven wat er gebeurt in elk hoofdstuk en je kunt zo voor jezelf de spanningsboog schetsen. Wat is het conflict? Wanneer is de climax? Wat is de uitkomst van het conflict? Hoe ontwikkelen je belangrijkste personages zich? Et cetera.

Bedenk je niets vooraf, maar begin je liever meteen met schrijven? Dat is ook goed! Of je nu aan het begin van je boek start of aan het eind, dat maakt niet uit. Een boek is eigenlijk een heleboel scènes die elkaar opvolgen. Voel je vrij om daarmee te spelen, om scènes te schrijven, te schrappen en te verschuiven.

Wees vooral niet bang dat je eerste ideeën gaan veranderen. Dat is inherent aan het schrijfproces. Zoals ik eerder ook zeg, zullen je personages het verhaal gaan leiden en dan kan het zomaar zijn dat er dingen gebeuren die je niet verwacht. Laat je verrassen! Forceer niets, maar ga mee met de flow van je verhaal, volg je hart en je intuïtie en er zal een wonderbaarlijk boek ontstaan dat je met je hoofd nooit had kunnen bedenken.

Vind je beginnen nog steeds lastig?

Of ben je voorzichtig aan begonnen, maar twijfel je of je goed bezig bent? Dan kan een beetje ondersteuning van een ervaringsdeskundige en schrijfcoach erg prettig zijn. Iemand die weet waar je tegenaan loopt en je met een liefdevol duwtje (en een superhandig werkboek!) inspireert om je laptop te openen en je verhaal zonder zorgen te gaan typen. 

Plan gerust een kennismakingsgesprek met me in. Dat is helemaal vrijblijvend en je steekt er ongetwijfeld iets van op!

Rowan Duin | Redacteur en schrijfcoach

Vind je beginnen nog steeds lastig?​

Of ben je voorzichtig aan begonnen, maar twijfel je of je goed bezig bent? Dan kan een beetje ondersteuning van een ervaringsdeskundige en schrijfcoach erg prettig zijn. Iemand die weet waar je tegenaan loopt en je met een liefdevol duwtje (en een superhandig werkboek!) inspireert om je laptop te openen en je verhaal zonder zorgen te gaan typen.

Plan gerust een kennismakingsgesprek met me in. Dat is helemaal vrijblijvend en je steekt er ongetwijfeld iets van op!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Winkelwagen